Jonge Sla
Jonge Sla


Vooraf

‘Voor de toekomst van onze planeet is duurzamer leven en werken nodig, de men- sen in de kunstensector kunnen zich deze transitie inbeelden en in acties omzetten.’

De naam Jonge Sla, geïnspireerd door een gedicht van Rutger Kopland, valt op en prik- kelt omdat het niet onmiddellijk duidelijk is wat erachter schuilgaat. Tegelijk is er toch een inhoudelijke link: groen, teer, gretig om te groeien.

Jonge Sla heeft tot doel om het ecologische denken en handelen binnen de kunstensector in Vlaanderen en Brussel te versterken, betrokkenen bewust te maken van de im- pact van hun activiteiten op het milieu en hen aan te zetten om acties te ondernemen om de eigen milieu-impact te verkleinen en erover te communiceren.

In de kunstensector werken een hele reeks mensen met verschillende competenties en achtergronden. Zo zijn er kunstenaars, choreografen, dirigenten, regisseurs en auteurs, acteurs, dansers, muzikanten, licht-, decor- en kostuumontwerpers, dramaturgen en programmatoren, maar ook technici, decorbouwers, promotieverantwoordelijken, artistieke en logistieke leidinggevenden en ondersteunend administratief personeel. Deze mensen vormen wisselende teams en werken intensief samen. Bij het opstarten van een milieuzorgplan is het van groot belang al deze mensen te betrekken. Ten slotte speelt ook het publiek een rol en kan via communicatie ook de impact van het publieksgedrag worden geduid: bijvoorbeeld op het vlak van mobiliteit en catering.

De kunstensector kan als ruimte voor verbeelding maatschappelijk een bijdrage le- veren aan de transitie naar een duurzame samenleving. De praktijk in de kunstensector is zeer divers, omdat elk nieuw project het resultaat is van een uniek creatieproces. In de podiumkunsten en de muziek wordt een onderscheid gemaakt tussen maken en spelen. Maken is de fase van de voorbereiding van een productie en het hele creatieproces, inclusief een repetitieperiode die kan variëren van zes tot twaalf weken. Zo’n repetitieperiode is een voorbeeld van een collectieve creatie waarbij verschillende kunstenaars, ont- werpers, technici en ondersteunende mede- werkers betrokken zijn. Voor elke productie wordt er telkens een nieuw team samengesteld met interne en externe medewerkers. Binnen de beeldende, audiovisuele en me- diakunst is de aanpak vergelijkbaar waarbij naast productie ook de presentatie van het eindresultaat van belang is. In de fase van het maken staat creativiteit en innovatie centraal: het is de bedoeling dat elk proces resulteert in een nieuwe, unieke productie. In de kunstensector is de inzet om de artistieke vrijheid van kunstenaars te beschermen een zeer groot tegengewicht voor de implementatie van procedures, beheerssystemen of administratieve regels. Elke creatie is maat- werk. De medewerkers zetten hun talent en vakkennis in om tot dat resultaat te komen. Ook de fase waarin het eindproduct naar een publiek wordt gebracht heeft op verschillende manieren een impact. Jonge Sla steunt de kunstensector in de transitie naar een duurzame manier van werken.

Een belangrijk punt is de vaststelling dat Jonge Sla beroep kan doen op bestaande ervaringen en kennis van diverse partners in de sector. Het project wil verder bouwen op het werk van de voorbije jaren en garanderen dat de opgedane kennis kan worden gevaloriseerd en garanderen dat de opgedane kennis kan worden gevaloriseerd en uitgebouwd. www.jongesla.be fungeert als webplatform waar alle informatie over het project gecommuniceerd wordt.

Hoe zou het nog zijn met ... het handvest van Benjamin Verdonck?

Onlangs scheurde een ijsschots twee keer zo groot als Manhattan los van de Petermann gletsjer in Groenland. Berichten over ongewone natuurverschijnselen zoals deze zijn een vast onderdeel geworden van de ontbijtrituelen van velen onder ons, die bij een eerste kop kof e de krant van de dag open- slaan. Het besef groeit dat enkele van die angstaanjagende fenomenen via een hoogst complex netwerk van draadjes verbonden zijn met onze meest banale, alledaagse gewoonten – hoe lang we douchen, wat we eten, hoe we ons naar ons werk begeven, – en daarbij opgeteld de gewoonten van de daarvan denktanken op te richten die een half theaterseizoen lang ‘mediteren over de oorzaak van de ecologische crisis’. ‘Ik geloof dat ecoteams betekenisvol werk leveren’, be- nadrukt de kunstenaar, ‘maar met dit artikel wilde ik wat provocatief de aandacht vestigen op het feit dat het ecologische vraagstuk in een veel bredere sociaaleconomische problematiek kadert. De onduurzame praktijken in de podiumkunstensector zijn alleen maar exponenten van de manier waarop wij leven, en hoe ons wereldwijd economisch systeem functioneert.’ De overige artikelen zijn ver- bonden met de eerder genoemde low hanging fruits. Op vlak van catering voor personeel en publiek wordt de verhouding tussen norm en uitzondering bijvoorbeeld omgedraaid. Een vlees- en visdag vervangt de veggiedag op donderdag en vegetarisme wordt op de andere dagen van de week heel even de norm. Het artikel rond communicatie en promotie – al het noodzakelijke drukwerk gebeurt in zwart-wit op ongebleekt papier – beoogt niet enkel een verkleining van de ecologische voetafdruk: ‘Tobias Debruyn van het ontwerperscollectief Afreux wees me erop dat er nog andere, even ecologisch verantwoorde druk- technieken bestaan die het gebruik van kleur niet uitsluiten. Ik wilde toch blijven vasthou- den aan mijn oorspronkelijke idee, omdat ik een half seizoen lang communiceren in zwart-wit een duidelijker teken vond naar de buitenwereld toe.’ Dat verlangen naar krachtige signalen tekent het hele handvest. Het is Verdonck niet alleen om een meer ecologisch verantwoorde kunstensector te doen. Hij wil dat die sector, waar hij zelf deel van uitmaakt, zijn publieke potentieel meer gaat gebruiken om het maatschappelijke bewustzijn en de- bat over de sociaal-ecologische transitie mee te helpen stimuleren. Ook de oproep om voorstellingen te maken zonder decor of een decor gemaakt uit gerecycleerd materiaal – sommige theaters hebben een heel uitgebreide collectie oude decorstukken – kadert voor een stuk binnen dat verlangen. Dit artikel heeft uiteraard erg ingrijpende gevolgen voor het uitzicht van artistieke producties en werpt de vraag op naar de individuele artistieke vrijheid en signatuur. In een vlammende reactie op het handvest schrijft Guy Dermul, acteur en regisseur bij KVS, dat hij niet van plan is om zijn persoonlijke esthetische voor- keuren in te wisselen voor de arte povera van Verdonck zelf. ‘In principe zijn er altijd grenzen aan artistieke vrijheid’, repliceert de kunstenaar, ‘maar binnen die grenzen bestaan er ontelbare mogelijkheden’. ‘Grenzen helpen zelfs vaak om nieuwe mogelijkheden te doen ontstaan. Als er maar vijfhonderd euro is om een werk te maken, dan stel je je de vraag: “Doe ik het of doe ik het niet?”. En als iemand graag internationaal wil reizen, dan kan dat hem ertoe aanzetten om een kleiner decor te ontwerpen of om de vervoersonkosten te drukken. Maar dan zijn er nog honderden manieren om dat decor te maken. Een beperkt financieel budget begrenst de artistieke vrijheid altijd heel duidelijk. Eigenlijk zouden de ecologische grenzen vandaag even zwaar moeten doorwegen, want we hebben natuur- lijk maar één planeet. Ik was heel benieuwd naar welke ongekende wegen de beperkingen van het handvest misschien konden openen, artistiek gezien.’ Een zo mogelijk nog lastiger onderwerp binnen de succesvolle, sterk inter- nationaal vernetwerkte podiumkunstensector komt aan het eind van Verdoncks tekst, namelijk dat van de mobiliteit. Niet alleen wordt gevraagd om alle woon- en werkverkeer per ets of met het openbaar vervoer af te leg- gen, maar ook om een half seizoen lang geen vliegreizen meer te maken. In zijn reactie geeft Dermul aan dat hij die vraag heel goed begrijpt, maar dat niet vliegen ‘onverantwoorde consequenties’ zou hebben voor ‘ons venster op de wereld’. Gedurende een half theaterseizoen wil Verdonck onderzoeken wat de andere manieren zijn om tot waardevolle internationale artistieke en culturele uitwisselingen te komen. De mogelijkheden van virtuele ervaringen en ontmoetingen bijvoorbeeld – via Skype, livestreaming ... – zijn wat dat betreft waarschijnlijk nog niet uitgeput.

Straks, op 1 september, gaat de periode waarin Verdoncks werk normaal gezien zou worden gerealiseerd, van start. Wat is tot nu toe de impact geweest van het handvest? Louter afgaand op de lijst ondertekenaars lijkt die eerder gering te noemen. Op dit ogenblik weegt het bij elkaar opgetelde symbolisch kapitaal van de 34 aspirant-medewerkers iets te licht binnen het geheel van de Vlaamse podiumkunstensector. De realisatie van het handvest lijkt daarom erg onwaarschijnlijk. Verdonck kan zijn teleurstelling moeilijk ver- bergen: ‘Ik weet nog niet zeker wat ik er zelf mee ga aanvangen. Ik heb in ieder geval weinig zin om alles nu hyperconsequent zo goed als in mijn eentje te doen. Dan zou ik mij pas echt een low impact man voelen! Ik weet dus niet of ik die ene nieuwe plank toch niet zal kopen. Die keuze is immers geen exemplarisch teken dat de context van mijn atelier overstijgt. Op zich betekent ze niks.’

Desondanks lijkt er druk te zijn gediscussieerd over het plan van Verdonck. In KVS, waar ik als werknemer na de presentatie van het handvest pleitbezorger ben voor de deelname eraan, vindt dat debat plaats in alle geledingen van het huis — van de artistieke staf tot en met de technische ploeg. Even wordt zelfs overwogen om de uitdaging aan te gaan, maar na een kort onderzoek blijken de consequenties van dat scenario te ingrijpend. Bovendien is 1 september 2012 veel te kort dag. Al gemaakte afspraken met internationale partners afblazen, kan grote financiële implicaties hebben, weet de zakelijke directeur. Ook het tijdelijke karakter van Verdoncks kunstwerk stuit binnenshuis op kritiek. De kunstenaar wilde met het handvest een korte uitzonderingstoestand afbakenen waarin kon worden geoefend en kennis op- gedaan voor de toekomst (waar wat norm en wat uitzondering wordt genoemd, kan keren), maar iemand opperde de vraag of het niet nuttiger is om energie en middelen te investeren in blijvende veranderingen. En hoewel Verdonck in zijn begeleidende brief bij het handvest aangaf dat elke medewerker aan zijn kunstwerk als medekunstenaar zou worden beschouwd, en dat die het werk bijgevolg naar believen kon ‘promoten, bekritiseren, uitbreiden, omkeren of verkopen’, beschouwen sommigen het handvest als een bruusk top-down besluit, genomen door iemand die daar niet de autoriteit toe heeft. ‘Het is niet zo dat ik alleen in mijn atelier aan het naden- ken was over wat ik de mensen nu allemaal zou vragen’, beweert Verdonck. ‘Mijn artikelen verwijzen gewoon naar de low hanging fruits die Peter Tom Jones en andere transitiedenkers aanhalen. Ik heb die niet zelf uitgevonden. Het is de ecologische crisis die ons tot verandering dwingt, niet ik als persoon.’ Bij enkele KVS-werknemers is de weerstand tegenover het handvest zó groot ... tot op het punt dat ze er geen rationele argumenten meer voor kunnen aandragen. Hun afkeer lijkt te wortelen in iets dat aan het concrete handvest voorbijgaat. De zogenaamde dwingende noodzaak tot een ecologische transitie, een stilaan breder gedragen overtuiging in onze samenleving, wordt ervaren als een aanslag op de individuele keuzevrijheid en identiteit. Natuurlijk is die persoonlijke vrijheid, net als de artistieke, in werkelijkheid relatief en contextgebonden.

Ondanks de kritiek op het handvest willen velen in KVS het niet bij een afwijzing laten. Het ecoteam, waar alle departementen van de organisatie in vertegenwoordigd zijn, schaft zichzelf niet af, maar begint te re-ecteren over wat een valabel alternatief zou kunnen zijn voor Verdoncks experiment om het perspectief van zijn werkzaamheden te verbreden. In plaats van de korte shock als motor voor een duurzame transitie binnen KVS wordt gekozen voor een langzamer traject met een duidelijke bottom-up aanpak, dat kVs 2020 wordt gedoopt. Binnen het ecoteam ontstaat een lijst voorstellen voor veranderingen op vlak van de artistieke creatie, dagelijkse werking, mobiliteit van personeel en publiek, energie, catering, financiële huishouding en communicatie. Elk departement onderzoekt die ideeën vervolgens op hun haalbaarheid en stelt een plan op voor de verwezenlijking ervan, met 2020 als horizon. Het KVS-ecoteam functioneert als drijvende kracht achter het kVs 2020-proces, maar probeert voortdurend om de ontwikkelingen zoveel mogelijk met anderen te delen. Vandaar het grote belang dat wordt gehecht aan eerlijke en transparante communicatie – intern, naar de rest van het personeel toe, zodat iedereen de mogelijkheid heeft om via kritische commentaren of creatieve voorstellen dat proces te beïnvloeden, maar ook extern, gericht tot het KVS-publiek. Net als bij het handvest gaat het hier immers niet enkel over het verkleinen van de eigen ecologische voetafdruk, maar wil men de ideeën, vragen, moeilijkheden, ontdekkingen en realisaties die onderweg opduiken, enige publieke weerklank geven.

Streven naar een duurzamere artistieke praktijk is niet alleen een opdracht voor kunstenaars, maar voor al wie binnen het kunstenveld aan de slag is. De ervaringen met het handvest en kVs 2020 doen vermoeden dat een breed gevoerd debat over transitie heilzame effecten kan hebben op de werking van een kunstenorganisatie. Het kan functioneren als een breekijzer voor verandering, tenminste als het niet beperkt wordt tot een kleurloze zaak van meten en berekenen. Nadenken over spaarzaamheid roept de vraag op wat écht belangrijk is en wat niet, en zet iedereen aan om afstand te nemen van de routines en overtuigingen ontwikkeld binnen de grenzen van het eigen werk. In plaats van te bogen op hun kennis en ervaring zouden programmatoren, technici, communicatiemedewerkers, zakelijke experts onwetend moe- ten durven zijn. Enkel met die openheid en exibiliteit van geest worden grotere gedachtesprongen mogelijk en kunnen de vragen het louter materiële niveau overstijgen: van ‘Hoe kunnen we de ecologische voetafdruk van de kunstenpraktijk verkleinen?’ naar ‘Welke kunstenpraktijk willen we vandaag? ’ ‘Hoe willen we kunst geproduceerd, gefinancierd, internationaal gespreid, gecommuniceerd ... zien?’

Leeswijzer

De leeswijzer heeft tot doel de vijf hoofd- stukken van de praktijkgids in een notendop te omschrijven. Elk hoofdstuk behandelt een speci ek thema met betrekking tot ecologie in de kunstensector. Enerzijds is het per- fect mogelijk om slechts die hoofdstukken te lezen die op jouw functie (kunstenaar, directielid, medewerker ...) van toepassing zijn of om enkel te lezen wat je interesseert. Anderzijds heeft de publicatie tot doel om de complexe materie op een bondige en begrijpelijke manier aan te bieden, het kan daarom ook raadzaam zijn om het geheel te lezen. Bij die hoofdstukken waarvan de inhoud het ons toeliet, voegden we prak- tijkvoorbeelden en beeldmateriaal toe uit de kunstensector om het verhaal concreter te maken. We kozen voor een e-publicatie, niet enkel om ecologische redenen, maar ook omwille van de mogelijkheid om linken te integreren en om het document breed te verspreiden.

Hoofdstuk 1



Onvermijdelijk gaat deze e-publicatie van start met een beknopte (eerder deprime- rende) weergave van hoe de wereld ervoor staat op vlak van ecologie. We sommen de tien belangrijkste risico’s op die de wereld bedreigen en bekijken wat de gevolgen hier- van zullen zijn voor het milieu en voor de mens. We hebben bijna twee eeuwen van continue groei, consumptie en vervuiling achter de rug. Is een voortgang van deze levenswijze nog haalbaar of stevenen we af op een minder aantrekkelijke toekomst? Een mogelijke oplossing om doemscenario’s te vermijden is transitie. Wat dit juist is, hoe transities verlopen en wie en wat we nodig hebben om zo’n transitie in gang te zetten wordt hier uitgelegd. Tot slot gaan we in op de betekenis van dit alles voor de kunsten- sector. Kunstenaars en hun organisaties kun- nen bijdragen op twee niveaus: de impact van de eigen artistieke praktijk verkleinen en invloed uitoefenen op het publiek. We zoo- men in op de kracht van kunst en plaatsen dit tegenover de discussie rond ‘artistieke autonomie’.

Hoofdstuk 2



Hoofdstuk twee behandelt tips en richtlijnen bij het opzetten van een duurzaam creatie- proces. De aspecten energie, materialen, mobiliteit en afval worden elk afzonderlijk besproken. Om het overzicht te bewaren volgt een tabel met de belangrijkste aan- dachtspunten. Belangrijk is dat duurzame keuzes gemaakt worden in de ontwerpfase van een creatie.

Hoofdstuk 3



De omslag naar een duurzame kunstenprak- tijk kan alleen succesvol zijn als de intentie gedragen wordt door alle direct en indirect betrokkenen bij een kunstenaar of kunsten- organisatie. Dit vraagt een volgehouden en creatieve aanpak. Hoofdstuk drie bespreekt zes acties die nodig zijn om te werken aan sensibilisatie en draagkracht: het speelveld in kaart brengen, een eco/team starten, weerstand aanpakken, energie doseren, intern communiceren en extern commu- niceren. Dit hoofdstuk sluit af met enkele inspirerende tips and tricks gebaseerd op methodieken uit de milieuzorg en de sociale marketing.

Hoofdstuk 4



Hoe begin ik aan een duurzame integratie van ecologie in de werking? Dit hoofdstuk bevat een ‘plattegrond’ voor de opmaak van een stappenplan rond ecologie. Stap één be- nadrukt het belang van een bewuste keuze door de top en een integratie in de missie. Vervolgens is een analyse van de huidige werking noodzakelijk. Stap drie gaat over het formuleren van objectieven en doelstel- lingen rond ecologie. Daaraan gekoppeld worden plannen gemaakt en acties toege- wezen in stap vier. Tot slot dienen de acties uitgevoerd en opgevolgd te worden.

Hoofdstuk 5



De kunstensector staat er niet alleen voor. Kunstenaars en hun organisaties kunnen buiten de sector indrukken opdoen en crea- tiviteit aanbieden. Ook binnen de sector is er nood aan samenwerking en netwerking. De vraag: ‘Hoe kan ik samenwerking organise- ren?’, krijgt een antwoord in hoofdstuk vijf aan de hand van inspirerende voorbeelden uit de sector.

Het vervolg van deze publicatie is te lezen op http://kunstenpunt.f.mrhenry.be.s3.amazonaws.com/2016/11/e-publicatie-Jonge-Sla.pdf

Jonge Sla is een project in samenwerking met deze partners:

Dakisolatie

Zonneboilers

en met ondersteuning van deze partners:

Jonge SlaJonge SlaJonge Sla